Skip to Content

Begrijpen we elkaar nog wel in België?

Over twee boeken, bijna 200 jaar geschiedenis en waarom wederzijds begrip misschien wel onze grootste politieke uitdaging is.

Over twee boeken, bijna 200 jaar geschiedenis en waarom wederzijds begrip misschien wel onze grootste politieke uitdaging is.

De voorbije maanden las ik twee boeken na elkaar die me bijzonder aan het denken hebben gezet. Eerst Het verdeelde land. België 1830-2025 van Rolf Falter . Daarna De strijd om de macht. Mijn leven in de Wetstraat van Johny Vansevenant (Uitgeverij Lannoo).

Samen goed voor meer dan 1.600 pagina's Belgische geschiedenis, politieke ontwikkelingen, communautaire spanningen, crisissen, onderhandelingen en compromissen. Twee bijzonder interessante boeken die elkaar uitstekend aanvullen. En ik zou ze dan ook iedere Belg willen aanbevelen. Bij voorkeur in die volgorde.

Het eerste helpt begrijpen hoe we als land hier zijn geraakt. Het tweede toont hoe opeenvolgende generaties politici met die geschiedenis, de tegenstellingen en de bijbehorende uitdagingen zijn omgegaan.

En precies die combinatie heeft me doen nadenken over de toekomst van België.


Vlamingen in Wallonië. En vooral Belgen.

Mijn vrouw en ik zijn geboren en getogen Vlamingen. Ondertussen wonen we al tien jaar in Wallonië, waar we met ons gezin bijzonder gelukkig zijn.

We voelen ons hier thuis. En eigenlijk voelen we ons bovenal Belg. Misschien is het net daardoor dat de Belgische politieke situatie me steeds meer bezighoudt.

Want wie aan beide kanten van de taalgrens leeft en werkt, merkt dat Vlaanderen en Wallonië op verschillende vlakken soms wel twee aparte landen lijken. Andere politieke gevoeligheden, andere maatschappelijke debatten, andere media en vaak ook een andere kijk op dezelfde problemen.

Dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Verschillen kunnen verrijkend zijn en hoeven samenwerking helemaal niet in de weg te staan. Maar het wordt wel een probleem wanneer we elkaar steeds minder begrijpen en wanneer verschillen aanleiding geven tot wantrouwen in plaats van samenwerking.

En daar lijken we in België al bijzonder lang mee te worstelen.

Om het heden te begrijpen, moet je het verleden kennen.

Ik ben geboren in de jaren tachtig.

De historische achterstelling van het Nederlands, de taalstrijd, de economische verschuivingen tussen Vlaanderen en Wallonië en de opeenvolgende staatshervormingen heb ik bijgevolg niet allemaal zelf meegemaakt.

Zoals veel mensen van mijn generatie ken ik uiteraard de grote lijnen. Maar de historische context, de gevoeligheden en vooral de opeenvolging van gebeurtenissen die ons land hebben gevormd, kende ik onvoldoende.

Precies daarom vond ik Het verdeelde land van Rolf Falter zo waardevol.

Het boek beschrijft hoe België sinds 1830 is geëvolueerd en hoe historische gebeurtenissen, politieke beslissingen, identiteitskwesties en maatschappelijke veranderingen de verhoudingen tussen de verschillende gemeenschappen hebben bepaald.

Je begrijpt beter waar bepaalde gevoeligheden vandaan komen. Waarom sommige kwesties zoveel emoties oproepen. En waarom standpunten die vandaag soms onbegrijpelijk lijken, vanuit een historische context wel degelijk te verklaren zijn. Dat betekent niet dat je die standpunten automatisch moet delen.

Maar begrijpen waarom iemand een bepaald standpunt inneemt, is iets helemaal anders dan ermee akkoord gaan.

Dat onderscheid maken we volgens mij veel te weinig. En net dat onderscheid is noodzakelijk om samen vooruitgang te boeken.

Een compromis is niet noodzakelijk een oplossing.

Na Falter las ik De strijd om de macht van Johny Vansevenant.

En ik ben ervan overtuigd dat die volgorde alles zoveel interessanter heeft gemaakt. Waar Falter helpt begrijpen hoe we in onze huidige situatie terechtgekomen zijn, toont Vansevenant hoe onze politici de voorbije decennia met die situatie zijn omgegaan.

Van moeilijke regeringsvormingen en politieke crisissen tot communautaire onderhandelingen, persoonlijke verhoudingen en soms bijzonder ingewikkelde compromissen.

Wat me daarbij vooral opviel, was niet zozeer hoe moeilijk het is om in België een akkoord te bereiken. Het was vooral hoe vaak dezelfde problemen terugkeren.

Hoeveel politieke energie gaat er niet naar het vinden van een compromis dat voor iedereen net aanvaardbaar is, maar waarbij de onderliggende problemen onvoldoende worden aangepakt?

Hoe vaak worden moeilijke beslissingen uitgesteld omdat de politieke gevolgen op korte termijn zwaarder wegen dan de maatschappelijke gevolgen op lange termijn? We moeten met de huidige begrotingsgesprekken niet ver kijken.

En hoeveel kansen hebben we daardoor al verloren?

Laat ons duidelijk zijn. Compromissen zijn noodzakelijk in een democratie, zeker in een land als België.

Maar er bestaat een wezenlijk verschil tussen een compromis dat verschillende belangen duurzaam met elkaar verzoent en een compromis dat vooral bedoeld is om een politieke crisis te beëindigen.

Een akkoord bereiken is niet hetzelfde als een probleem oplossen.

En precies daar wringt volgens mijn gevoel al decennialang het schoentje.

Dat betekent niet dat er nooit sterke politieke akkoorden zijn gesloten of dat we het staatsmanschap van bepaalde politici uit het verleden mogen onderschatten. Integendeel.

Maar wanneer je de opeenvolgende politieke crisissen en onderhandelingen naast elkaar legt, kun je moeilijk om de vaststelling heen dat heel wat fundamentele problemen telkens opnieuw op tafel belanden.

En ondertussen tikt de klok verder.

We hebben niet alleen een politiek probleem. We hebben ook een vertrouwensprobleem.

België staat vandaag voor bijzonder grote uitdagingen.

Onze overheidsfinanciën, economie, sociale zekerheid, gezondheidszorg en internationale concurrentiepositie vragen om moeilijke keuzes en een duidelijke langetermijnvisie.

Daarover mogen en moeten politieke partijen van mening verschillen. Dat is nu eenmaal de essentie van democratie. Maar net wanneer de uitdagingen groter worden, zou ook de bereidheid om elkaar te begrijpen en samen verantwoordelijkheid te nemen moeten toenemen.

En daar maak ik me zorgen over.

Het lijkt soms alsof het verdedigen van het eigen gelijk belangrijker is geworden dan het zoeken naar een oplossing. Alsof politieke profilering zwaarder doorweegt dan het gezamenlijke resultaat. Alsof de volgende verkiezingen dichterbij liggen dan de toekomst van ons land.

Dat is geen verwijt aan één partij, één gemeenschap of één generatie politici. Het is een bezorgdheid over de politieke cultuur waarin we terechtgekomen zijn. Want uiteindelijk betalen we daar allemaal de prijs voor.

Wat de politiek van bemiddeling kan leren.

Als erkend bemiddelaar maak ik graag de brug naar bemiddeling. Een van de belangrijkste principes binnen bemiddeling is dat achter standpunten altijd belangen, behoeften, verwachtingen en bezorgdheden schuilgaan.

Wie uitsluitend blijft discussiëren over standpunten, loopt het risico voortdurend tegenover elkaar te blijven staan. Daarom proberen we eerst te begrijpen wat voor iedere betrokken partij werkelijk belangrijk is.

We luisteren naar elkaars verhaal. Onderzoeken waar belangen botsen, maar ook waar ze samenvallen. En zoeken vervolgens naar oplossingen die werkbaar zijn voor alle betrokkenen en daadwerkelijk vooruitgang mogelijk maken.

Niet omdat iedereen op alles moet toegeven. Wel omdat duurzame oplossingen pas mogelijk worden wanneer de betrokkenen bereid zijn verder te kijken dan hun oorspronkelijke positie.

Uiteraard is een politieke onderhandeling geen klassieke bemiddeling. Politieke partijen vertegenwoordigen kiezers, hebben verschillende ideologische overtuigingen en dragen een democratische verantwoordelijkheid.

Maar de menselijke principes die samenwerking mogelijk maken, blijven dezelfde.

Luisteren om te begrijpen. Niet alleen om begrepen te worden.

En dan is er nog een principe dat volgens mij steeds belangrijker wordt: discretie.

Binnen een bemiddelingsproces zijn vertrouwelijkheid en discretie essentiële voorwaarden om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken. Ze creëren de ruimte om open te spreken, verschillende mogelijkheden te onderzoeken en voorstellen te formuleren zonder dat die direct, publiekelijk, tegen je gebruikt worden. 

Uit het boek van Vansevenant blijkt dat politieke lekken en strategische communicatie allesbehalve nieuwe fenomenen zijn. Maar vandaag lijkt de druk om voortdurend te communiceren, te reageren en politieke winst te boeken alleen maar groter geworden.

Soms krijg ik de indruk dat de voldoening om als eerste iets naar de pers te lekken groter is dan de voldoening om samen een sterk akkoord te bereiken.

En dat lijkt me bijzonder nefast.

Want hoe kun je in vertrouwen onderhandelen wanneer iedere toegeving, ieder voorstel of iedere gedachte direct online staat?

Ook de media zijn hierin geëvolueerd. De snelheid waarmee informatie vandaag verspreid wordt, maakt het steeds moeilijker om politieke onderhandelingen in alle sereniteit te voeren. Dat betekent uiteraard niet dat politici enkel achter gesloten deuren moeten kunnen beslissen zonder verantwoording af te leggen.

Transparantie en persvrijheid blijven essentieel in een democratie. Maar er is een verschil tussen transparantie over politieke besluitvorming en het publiek voeren van iedere onderhandeling.

Wie wil dat mensen moeilijke compromissen sluiten, moet hun ook de ruimte geven om die in vertrouwen te onderzoeken.

Misschien ligt een deel van de oplossing op lange termijn wel in het onderwijs.

Er is nog een gedachte die na het lezen van beide boeken is blijven hangen.

Hoe kunnen we verwachten dat Vlamingen en Walen elkaar begrijpen wanneer we zo weinig over elkaars geschiedenis, gevoeligheden en leefwereld leren?

We besteden in het onderwijs terecht aandacht aan de geschiedenis van andere landen en internationale conflicten. Maar hoeveel jongeren verlaten vandaag de schoolbanken met een degelijk inzicht in het ontstaan en de ontwikkeling van de communautaire verhoudingen binnen hun eigen land?

Hoeveel Vlamingen begrijpen werkelijk hoe Wallonië zich economisch en maatschappelijk heeft ontwikkeld? En omgekeerd? Hoeveel weten we eigenlijk over elkaar, los van de clichés die regelmatig terugkeren in politieke debatten?

Ik zou er dan ook voor pleiten om onze gemeenschappelijke Belgische geschiedenis veel nadrukkelijker aan bod te laten komen in het onderwijs, zowel in Vlaanderen als in Wallonië.

Het boek van Rolf Falter zou daarvoor een bijzonder interessante inspiratiebron kunnen zijn. Niet om leerlingen te overtuigen van een bepaalde staatsstructuur of politieke visie. Wel om hen de historische kennis mee te geven die noodzakelijk is om zelf een onderbouwde mening te vormen.

En vooral om te begrijpen waarom anderen soms anders naar dezelfde werkelijkheid kijken.

Misschien moeten we daarnaast ook wat meer moeite doen om letterlijk over de taalgrens heen te kijken. Ook de media hebben daarin een belangrijke rol.

Daarom vind ik het positief wanneer De Tijd en L'Echo heel recent aandacht besteden aan de verschillen, maar vooral ook aan de economische en maatschappelijke verbanden tussen Vlaanderen en Wallonië.

Journalisten die over de taalgrens heen kijken, ondernemers die ervaringen uitwisselen en aandacht voor wat beide landsdelen van elkaar kunnen leren.

Dat zouden geen uitzonderingen mogen zijn. We hebben meer van die wederzijdse nieuwsgierigheid nodig.

Samen Champions League spelen of ieder apart in de provinciale reeksen?

Laat er geen misverstand over bestaan. Meer wederzijds begrip betekent niet dat we alle verschillen moeten wegwerken.

Het betekent evenmin dat iedereen dezelfde visie moet hebben op de toekomst van België.

Een ernstig debat over de bevoegdheidsverdeling, de werking van onze instellingen of zelfs de toekomstige staatsstructuur moet mogelijk blijven.

Maar welk model we ook nastreven, we zullen moeten samenwerken. Tussen gemeenschappen, tussen gewesten, tussen politieke partijen en tussen mensen.

En die samenwerking wordt bijzonder moeilijk wanneer wantrouwen het uitgangspunt is.

België is een klein land met bijzonder veel troeven.

Sterke ondernemingen, kennisinstellingen, internationale instellingen, economische clusters, talent en een strategische ligging in Europa.

We hebben alle redenen om ambitieus te zijn.

Maar dan moeten we misschien wat minder energie besteden aan de vraag wie binnen België het meeste gelijk heeft en wat meer aan de vraag hoe we gezamenlijk sterker kunnen worden.

Want als we elkaar blijven bestrijden, dreigen we uiteindelijk ieder apart in de provinciale reeksen te spelen, terwijl we de ambitie moeten hebben om samen in de Champions League te spelen.

Het verleden begrijpen om samen een toekomst op te bouwen.

Ik ben geen politiek analist en pretendeer evenmin alle oplossingen te kennen. Maar na het lezen van beide boeken blijf ik vooral met één overtuiging achter.

We zullen de toekomst van België niet verbeteren door onze geschiedenis te negeren. Evenmin door historische tegenstellingen eindeloos te blijven gebruiken als argument om elkaar te wantrouwen.

We moeten ze wel porberen te begrijpen. Niet om het verleden te herschrijven of oude rekeningen te vereffenen, maar om te vermijden dat we dezelfde fouten blijven herhalen.

Daarvoor hebben we politieke verantwoordelijken nodig die verder durven kijken dan de volgende verkiezingen.

Media die niet alleen aandacht besteden aan wat ons verdeelt, maar ook aan wat ons verbindt.

Onderwijs dat jongeren helpt om hun eigen land en de mensen die er wonen beter te begrijpen.

En burgers die bereid zijn hun eigen overtuigingen af en toe in vraag te stellen.

Rolf Falter en Johny Vansevenant hebben met hun boeken alvast een belangrijke bijdrage geleverd aan dat begrip.

Ik kan ze allebei bijzonder aanbevelen. Bij voorkeur in die volgorde.

En misschien mogen we van onze politieke verantwoordelijken ook verwachten dat ze niet alleen de belangen van hun eigen achterban verdedigen, maar blijven zoeken naar oplossingen die ons land als geheel vooruithelpen.

Want uiteindelijk gaat het niet om wie er vandaag gelijk krijgt, maar om welk land we aan de volgende generaties willen doorgeven.

We moeten onze geschiedenis niet kennen om te begrijpen waarom we verdeeld zijn, maar om te vermijden dat we verdeeld blijven.

En misschien is dat wel de belangrijkste boodschap die ik uit beide boeken meeneem.

De grootste uitdaging voor België is niet noodzakelijk dat we zo verschillend zijn. Het is dat we steeds minder moeite lijken te doen om elkaar te begrijpen.